| Auteur | Groot JR de |
| Jaar | 1989 |
| Titel | Jan Mankes in de verzameling van het Gemeentemuseum Arnhem. |
Jan Mankes in de verzameling van het Gemeentemuseum Arnhem
In de bewaard gebleven correspondentie, althans de brieven die Jan Mankes tussen 1911 en 1918 aan zijn weldoener de heer Pauwels schreef, komt op 1 mei 1918 de volgende zinsnede voor van de hand van Annie Mankes Zernike: '(...) Verleden week kreeg Jan een alleraardigsten brief van een mevrouw uit Tiel, bezitster van "de Geit". Ze is verrukt van Jans werk en schreef erover met veel begrip en groote liefde(...) Ze wil ons komen opzoeken om kennis te maken.' 1
Deze geschreven bron maakt veel duidelijk omtrent de al in een vroeg stadium bestaande waardering voor Jan Mankes' werk. De dame in kwestie was Mevrouw Van Beuningen Eschauzier, die met haar man Hendrik Adriaan van Beuningen, met wie zij in 1907 in het huwelijk was getreden, het huis Thedingsweert bewoonde, gelegen in de buurt van de twee kleine dorpjes Kapel Avezaath en Kerk Avezaath, onder de rook van Tiel. Grootvader van Beuningen had het huis én de er bij behorende grote boerderij op het landgoed laten bouwen voor zijn zoon, die als hereboer de vruchtbare landbouwgronden in het gebied van de Betuwe, tussen de rivieren Rijn en Waal, liet bewerken. Op het terrein was ook een stoeterij met paardestallen aanwezig, want de Van Beuningens waren paardenliefhebbers.
'(...) In 1907 is Vader getrouwd met Annie Eschauzier. Zij hebben daar altijd samen geleefd en gewerkt. En altijd waren er veel logés in huis die kwamen genieten van de boomgaarden in bloei of om kersen te eten. Moeder, van Franse afkomst, was een zeer kunstzinnige en ondernemende vrouw. Wat Jan Mankes betreft: op een dag en dat moet in de jaren 1914 1915 zijn geweest reisde moeder met een toen nog bestaande stoomtrein naar Utrecht om boodschappen te doen, en kwam langs de kunsthandel Gerbrands waar een tentoonstelling was van Jan Mankes. Moeder ging naar binnen en het werk dat zij daar vond ontroerde haar zeer, zoodat zij toen zij weer thuis was gekomen, aan Vader vroeg of zij een schilderij van Jan Mankes mocht kopen? Dat mocht. Ik meen dat het "De witte Geit" is geweest(...)’2 (zie ill. 70). Zo werd 'De witte geit' het begin van de verzameling Van Beuningen Eschauzier en tegelijkertijd de kern en het meest kapitale stuk van de collectie. Al spoedig kwam het persoonlijke contact tot stand, dat tot wederzijdse vriendschap leidde.3
Het is niet meer te achterhalen of de Van Beuningens in de periode 1918 1920 direct van de kunstenaar werken hebben aangekocht. Wel weten we dat de heer Pauwels, zijn jarenlange vriend en mecenas na de dood van Jan Mankes in 1920 besloot om zijn verzameling van de hand te doen, mede op grond van privé omstandigheden. Koper van de collectie was mevrouw Van Beuningen Eschauzier. Wèlke de schilderijen zijn, die zij van de heer Pauwels overnam, is niet meer uit te maken; de bewaard gebleven brieven van Jan Mankes geven daarover geen informatie.