De verzameling Van Beuningen Eschauzier groeide in de jaren daarna aan tot een omvang van zeventien schilderijen, elf stuks grafiek en vier tekeningen, waarbij de verzamelaarster zich liet leiden door een voorkeur voor het verdroomde en poëtische deel van Mankes' werk. De litho 'Drie distelbloemen' in haar bezit kreeg een persoonlijke opdracht mee van de maker: 'Aan mijn lieve vriendin Annie van B.' Na het overlijden van mevrouw Van Beuningen Eschauzier bleef bij de erfgenamen de wens bestaan om de collectie bijeen te houden. Contact met het Gemeentemuseum Arnhem in 1967 leidde er dan ook toe dat vrijwel de gehele collectie in twee gedeelten, respectievelijk in 1967 en 1969 aan het museum in bruikleen werd gegeven (o.a. 'Steenuiltje op tak', 1911 en 'Uitzicht uit het atelier in Eerbeek',1917).
In 1972 werd het initiatief genomen tot verwerving.4 Met deze verrijking deels geschonken, deels gekocht met steun van de Vereniging Rembrandt kreeg het museum een belangrijke kerncollectie in handen, terwijl de figuur van Jan Mankes daarvoor slechts in de museumcollectie was vertegenwoordigd met één schilderij uit 1916, 'Stilleven met schedel op boek' (zie ill. 82) uit het legaat Odinot, en enkele bladen grafiek.5
In de jaren na 1972 kon de collectie nog enkele keren worden uitgebreid. Op 6 juni 1973 werd bij Kunstveilingen Mak van Waay het kleine schilderij 'Portret van zijn Vader' uit 1914 verworven, een meer in vlakken en contouren uitgevoerde variant van het al in de verzameling aanwezige portret van zijn vader uit 1911 (zie ill. 55). In datzelfde jaar kocht het museum vervolgens uit particulier bezit het 'Kinderkopje',1911(zie ill. 56) en de Weg
langs de vaart in De Knijpe' uit 1914 (zie ill. 27). In 1975 bood kunsthandel Galerie Mokum te Amsterdam 'Twee dode torenvalken' (zie ill. 42) uit 1909 te koop aan, en in 1979 ten slotte werd het interessante 'Aquarium' (zie ill. 86) uit 1917 aan de collectie toegevoegd, wederom rechtstreeks uit particulier bezit. Het grafische werk kon in 1972
én in 1974 worden uitgebreid met respectievelijk uitstekende drukken van de 'Schreeuwende kraai' (zie ill. 103), een houtsnede uit 1918 (Veiling Paul Brandt N.V. Amsterdam) en het 'Muisje', droge naald uit 1916 (Veiling Mak van Waay).
Het totale aantal schilderijen op dit moment van Jan Mankes bedraagt daarmee negentien stuks, een langdurig bruikleen van twee schilderijen uit particulier bezit niet meegerekend.